Af en toe de wanhoop nabij – TR #2

Weet je, er zijn van die dagen dat ik echt de wanhoop nabij ben voor wat betreft dit manuscript. Begin deze maand ging ik op vakantie naar Roggel. Dit is de plaats waar Tijdrit het eerste licht zag en waar ik in twee weken tijd ruim 25.000 woorden tikte. Het was alsof het hele boek zich voor mij openbaarde. Het was waanzinnig!

Op dat moment was het alweer een tijdje geleden dat ik mijn laatste boek afrondde en ik vond het heerlijk hoe vanuit het niets een verhaal uit mijn brein naar boven kwam. In het jaar dat volgde schreef ik de rest van het boek en in het tweede kwartaal van dit jaar ging het naar een redacteur. Hoe dat precies ging kun je leven in TR #1.

Is er inmiddels veel veranderd? Ja en nee. Ja, ik heb het verhaal inmiddels weer opgepakt en ik ben weer gaan schrijven. Maar toen ging ik weer twijfelen en stopte ik het weer weg (bijna in de vuilcontainer). Ik nam het mee op vakantie, want ik had de illusie dat ik daar ineens zou ontdekken hoe het verder zou moeten. Ik wist zeker dat ik daar een openbaring zou krijgen van hoe ik verder moet. Maar dat was dus niet het geval! Terwijl ik heerlijk lag te chillen op de camping en mijn rondjes daar fietste gebeurde er helemaal niets. Dat wil zeggen: voor wat betreft Tijdrit niet.

Er gebeurde in de tussentijd wel iets anders, wonderbaarlijks. Het was niet mijn bedoeling. Ik wilde het niet. Ik heb het zelfs wat genegeerd, maar

…toch wilde Wegkapitein op papier komen en ik ben aan de slag gegaan met boek nummer twee van de wielerromanserie.

Ik ben echt heel blij met deze inspiratie en die inspiratie blijft maar tot me komen, maar….. ik wil boek nummer 1 uit deze serie afronden en dat schiet nou niet bepaald op.

Gisteravond vroeg ik wat hulp van bovenaf en ik vroeg om antwoord op de vraag wat ik nu met dit boek aanmoet. Ik vroeg mijn onderbewuste ook wat ik wil, maar ik dacht geen antwoord te krijgen. Ik heb twee uur lang in het donker gelegen om wat voor me uit te staren, maar ik moet eerlijk zeggen dat de lamp af en toe aanging om het een en ander aan ideeën op te schrijven. En toen: wist het ineens! Daarna kon ik slapen.

Vanmorgen paste ik het toe en het werkte…. dus niet. Ik heb vanmorgen opnieuw een poging gedaan om het eerste hoofdstuk om te zetten naar de derde persoon enkelvoud, maar het past niet, het lukt niet, het werkt niet. Het frustreert me, want ik heb het gevoel dat er iets is met dit boek en ik kan er de vinger niet op leggen.

Ik heb mezelf echter beloofd me dit keer niet door wanhoop en frustraties te laten leiden.

Dus moet er meer en beter research gedaan worden. Nu staan de vragen die ik mezelf tijdens het schrijven stel in de wacht terwijl ik lekker doorga met mijn hoofdstukken te herschrijven. Dat werkt dus niet en ik ga eerst wat belangrijk werk doen. De vragen die openstaan in mijn manuscript (het deel dat herschreven is) moeten eerst beantwoord worden. Mijn personages heb ik niet goed genoeg uitgediept, dus daar moet ik ook mee bezig. Daarnaast weet ik nog te weinig over wat iemand ertoe kan drijven in een vlaag van verstandsverbijstering te moorden en moet ik meer onderzoek doen naar aanslagen, wapens en schotwonden.

Als allerlaatste – en dat is het meest belangrijke – moet ik op de een of andere manier mijzelf ervan overtuigen dat je best een verhaal kunt verzinnen en die vervolgens plaatsen in iets dat wél echt is.

Dat je best een fictief verhaal kunt plaatsen in de Tour de France. Dat je best een wedstrijd kunt verzinnen die nooit plaats heeft gevonden en dat je ook twee aanslagen kunt verzinnen die niet zijn gebeurd. Iedere schrijver doet het en toch heeft mijn perfectionistische brein daar een probleem mee. Waarschijnlijk is dat precies waar de schoen wringt. De fietsschoen welteverstaan.